Spring naar inhoud

Zelf doen als het kan

Hoe kleine hulpmiddelen grote impact hebben op zelfredzaamheid

Binnen ZuidOostZorg geloven we dat cliënten, ook met een zorgvraag, zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven moeten kunnen behouden. Op onze afdeling neurorevalidatie op locatie Neibertilla geven ze hier dagelijks vorm aan. Verpleegkundige Jannick deelt hoe hij en zijn collega’s dagelijks werken aan het bevorderen van zelfredzaamheid en wat dat oplevert. Voor de cliënt én voor de zorgprofessional.

Ik doe er nog toe

Wie in de zorg werkt, weet hoe belangrijk zelfstandigheid is voor iemands eigenwaarde. Toch is het volgens Jannick belangrijk om daar verder in te denken dan we nu soms doen. “Als zorgprofessional zijn wij doelgericht,” zegt hij. “Alles wat je doet, heeft een reden. Dat moet met hulpmiddelen net zo zijn. We zetten ze niet in omdat het moet, maar omdat het bijdraagt aan een doel. Hoop, eigen regie, perspectief.”

Dat is volgens hem meer dan ‘zo lang mogelijk zelfstandig blijven’. Het gaat ook om wat dat mentaal met iemand doet. “Als iemand met behulp van een hulpmiddel zelf weer een boterham kan smeren of zichzelf kan aankleden, dan zie je het verschil in hun gezicht. Dat ze voelen: ik doe er nog toe.”

Voordelen voor cliënt én medewerker

Die kleine stappen hebben grote impact. Niet alleen op de cliënt, maar ook op de werkvloer. “Je ziet direct wat het met mensen doet,” vertelt Jannick. “Dat geeft energie. En het verlaagt onze fysieke belasting. Alle minuutjes die je wint, leveren samen extra ruimte op. Tijd die je weer kunt besteden aan andere dingen, zoals een goed gesprek of het bijvullen van voorraden.”

Een goed voorbeeld daarvan is de Theomatik – een hulpmiddel waarmee cliënten zelfstandig met één hand kunnen eten. “Eten en drinken regelen is een basisdoel op de revalidatie. Zonder hulpmiddel lukt dat vaak niet, mét wel. En daarmee kunnen mensen uiteindelijk sneller terug naar huis.”

Kleine stapjes, veel herhaling

Toch gaat het niet altijd vanzelf. Soms lukt het pas bij de derde, vierde of vijfde keer. “Dat is ook helemaal oké,” benadrukt Jannick. “Je leert fietsen ook niet in één dag. Het belangrijkste is, we hebben het geprobeerd. Daar begint het mee. Zie het als bouwsteentjes. Elke poging is waardevol.”

Die mindset maakt ook dat collega’s minder snel gefrustreerd raken als iets niet meteen lukt. “Kijk naar wat wél ging. En geef cliënten én jezelf de ruimte om te oefenen.”

Niet opleggen, maar uitnodigen

De kracht zit volgens Jannick in het laagdrempelig aanbieden. “Leg de hulpmiddelen neer, maak het zichtbaar, zonder dat het meteen moet. Dan gaan mensen er vanzelf mee aan de slag. Of doe eens een quizje in het team: ‘Wie weet wat dit is?’ Het mag ook leuk zijn.” Een volgende stap is het vastleggen in het zorgplan. “Dan is het niet meer vrijblijvend, maar een werkafspraak. Dan kun je als collega niet zeggen: ik doe het niet. Want de cliënt en zijn regie staan voorop.”

Gewoon beginnen

En hoe begin je als team hiermee? “Richt je op de collega’s die al wel willen. Als zij het gebruiken en enthousiast zijn, gaat het vanzelf meer leven. Dan willen anderen niet achterblijven.”, zegt Jannick. “Verwacht geen wonderen binnen drie weken,” zegt Jannick. “Geef het tijd. Ieder begin is er één.”