Spring naar inhoud

Implementatie

Zelfredzaamheid bevorderen vraagt om een andere manier van denken én doen. Het begint bij de vraag: wat wil en kan iemand zelf? En vervolgens: welke ondersteuning of hulpmiddelen zijn nodig om dat mogelijk te maken?

Plan van aanpak

  1. Verkennende gesprekken
    We zijn gestart met gesprekken met zowel interne als externe betrokkenen. Het doel hiervan was om inzicht te krijgen in bestaande processen, uitdagingen en wensen rondom zelfredzaamheid en hulpmiddelen. 

  2. In kaart brengen van behoeften per doelgroep
    Vervolgens hebben we de specifieke behoeften van elke doelgroep in kaart gebracht. Hierdoor konden we gericht bepalen welke ondersteuning en hulpmiddelen het meest relevant zijn per doelgroep.  

  3. Onderzoek naar hulpmiddelen
    Op basis van de behoeften hebben we samen verschillende hulpmiddelen onderzocht en beoordeeld. Zo konden we bepalen welke hulpmiddelen het beste aansluiten bij de verschillende doelgroepen. We maken nu gebruik van een standaard pakket aan hulpmiddelen. Met dit standaard pakket aan hulpmiddelen zorgen we ervoor dat we overal op dezelfde manier werken. Hierdoor gebruiken we materialen en tijd slim, en werken we hierdoor efficiënt. 

  4. Nieuwe werkprocessen ontwikkelen
    We kijken kritisch naar bestaande werkwijzen. Bijvoorbeeld bij steunkousen: we hebben onderzocht of deze nog noodzakelijk zijn bij iedere cliënt, want vaak doen we dingen zoals we dat altijd deden. In overleg met bijvoorbeeld de arts beoordelen we of sommige interventies gestopt kunnen worden. Hiervoor hebben we per doelgroep nieuwe processen ontwikkeld. Dit principe passen we niet alleen bij hulpmiddelen toe, maar bij ons hele werk: continu kritisch kijken of wat we doen nog passend, effectief en nodig is. 

  5. Ontwerp van kennisproducten
    Samen met betrokkenen hebben we kennisproducten ontwikkeld op doelgroepniveau. Denk aan inzetwijzers en informatiefolders. Ze geven op een makkelijke manier aan welke hulpmiddelen geschikt zijn, waarvoor ze gebruikt kunnen worden en waar de juiste informatie te vinden is. Door dit doelgroep specifiek te doen, is het direct praktisch toepasbaar.

  6. Laagdrempelige beschikbaarheid van hulpmiddelen
    Gaandeweg hebben we de hulpmiddelen zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar gemaakt. Via de ARNA-app hebben onze collega’s op één plek een overzicht welke hulpmiddelen beschikbaar zijn. Via ARNA kunnen zij dan makkelijk en snel de hulpmiddelen bestellen. Wij geloven dat directe beschikbaarheid bijdraagt aan een betere toepassing in de praktijk. Daarnaast hebben we op elke locatie een tech- en ergocoach die als ambassadeurs van hulpmiddelen/zelfredzaamheid bevorderen worden ingezet.  

  7. Communicatie en betrokkenheid
    Tijdens de werkoverleggen hebben we de collega's actief meegenomen in het doel, de inhoud en de aanpak van het project. Op deze manier hebben we gewerkt aan begrip, draagvlak en betrokkenheid bij de implementatie. Daarnaast zijn er veel praktische tips gedeeld om de vertaalslag naar de praktijk te ondersteunen. 

  8. Evaluatie per casus
    Tot slot evalueren we per casus wat goed werkte en waar verbeterpunten liggen. Zo leren we van en met elkaar, en passen we aan waar nodig. 

Geleerde lessen uit de praktijk

  • Cliënten kunnen veel meer dan wij en zij denken.
  • Eigen regie draagt bij aan het welzijn van cliënten.
  • Het is belangrijk om in gesprek te blijven met cliënt, sociale netwerk en elkaar.
  • Houdt rekening met vooroordelen en aannames. Erken deze uitdagingen en bespreek ze met elkaar.
    - Het idee dat een cliënt iets niet wil of kan.
    - De angst dat mensen gaan vereenzamen.
    - De gedachte: kost geen tijd, ik ben er toch, ik neem het wel over.
    - De angst dat er geen controle meer is op de cliënt. 
  • Neem de tijd, blijf oefenen en herhalen.
  • Probeer verschillende hulpmiddelen uit om te ontdekken wat het beste werkt.
  • Zorg dat je samen met je collega's dezelfde boodschap uitdraagt.
  • Focus eerst op cliënten die willen, begin klein.
  • Deel successen met elkaar. Dit motiveert collega’s.
  • Als het niet lukt, vraag een ergo- of techcoach om mee te denken. Zij hebben vaak extra kennis en praktische oplossingen.
  • Maak gebruik van stagiaires en re-integratiecollega’s.

We moedigen teams aan om successen én knelpunten te delen, zodat we met en van elkaar blijven leren.

Welke punten vragen nog aandacht?

  • We nemen nog steeds te veel dingen over vanuit goede bedoelingen.
  • Methodisch werken kan beter. Dit wordt niet altijd gedaan. Dit is wel belangrijk om voortgang goed te kunnen volgen.
  • We vullen dingen in voor onze cliënten.
  • Teams liggen niet op één lijn wat betreft zelfredzaamheid bevorderen.
  • Niet altijd weten wat er is aan hulpmiddelen en hoe deze te gebruiken.
  • Sociale netwerk wordt nog niet overal optimaal benut.