“Ik ben er toch. Waarom zou ik dan alleen bij mijn moeder gaan zitten?”
Op donderdagmiddag schuift ze aan op de ontmoetingsplek. Eerst even bij haar moeder, daarna bij de rest. Ze dekt de tafel en blijft nog even hangen na het eten. Niet omdat het moet, maar omdat het zo gaat in het gewone leven.
Aukje (57) komt als dochter wekelijks op bezoek bij haar moeder. “Vanuit ZuidOostZorg kwam de vraag of we als familie wilden helpen. Ik dacht: ik ben er toch al. Dan kan ik net zo goed iets doen.” Niet als verplichting, maar als aanvulling op het gewone leven.
Gewoon blijven doen wat je altijd deed
De betrokkenheid van Aukje ontstond niet vanuit een plan, maar vanuit iets vanzelfsprekends. Haar moeder verhuisde naar de locatie, en zij bewoog als het ware met haar mee. “Thuis hielp ik haar ook. Waarom zou dat hier anders zijn?” Verhuizen naar een woonzorglocatie betekent niet dat het gewone leven stopt. Familie blijft familie. Alleen de omgeving verandert. “Het is niet niks om je vertrouwde omgeving achter te laten en ergens anders te gaan wonen.”
Niet zorgen, maar er zijn
Aukje noemt zichzelf geen vrijwilliger. Ze is dochter. En medemens. “Het voelt voor mij heel gek om alleen bij mijn moeder te zitten, zonder ook even contact te maken met anderen.” Wat ze doet, vindt ze lastig om te benoemen. Ze dekt de tafel, eet mee, doet een spelletje of luistert muziek. Juist in het ‘er zijn’ ontstaat contact. “Bewoners kunnen zelf vaak niet meer bedenken hoe ze de dag invullen. Maar als iemand begint, gebeurt er vanzelf iets.”
Het gewone leven als uitgangspunt
Wat hier gebeurt, is precies waar het om draait. Niet de zorg staat centraal, maar het leven daaromheen. Om contact, herkenning en je gezien voelen. “Het gaat niet om zorgtaken, maar om de rest van de dag. Heb ik het fijn? Heb ik contact?” Voor Aukje is dat logisch. Haar moeder is niet veranderd omdat ze hier woont. Ze is alleen verhuisd.
We doen het samen
Waar vroeger veel werd overgenomen door zorgprofessionals, ontstaat nu weer ruimte voor het sociale netwerk. Niet als extra, maar als onderdeel van het dagelijks leven. Toch is dat niet vanzelfsprekend. Veel mensen willen wel iets doen, merkt Aukje, maar weten niet goed hoe. “Dan helpt het om klein te beginnen. Kom gewoon eens een uurtje langs. Kijk wat er ontstaat.” De stap om iets te doen voelt soms groot. Terwijl het vaak begint met gewoon even aanschuiven.
Voor Aukje zelf betekent het ook iets. “Het geeft me een gevoel van opluchting dat ik iets kan doen. Dat ik een beetje gezelligheid en huiselijkheid kan brengen, niet alleen voor mijn moeder maar ook voor anderen.”
Kleine dingen, grote betekenis
Het zit vaak in kleine dingen. “Vertel iets over jezelf. Misschien heb je wel iets gemeen. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn.” Juist die alledaagse momenten maken het verschil tussen verblijven en leven. Voor bewoners betekent het meer contact en herkenning. Voor familie een andere manier van betrokken zijn. En voor de zorg ontstaat ruimte om zich te richten op de professionele zorg, terwijl het leven eromheen samen wordt ingevuld.
Gewoon leven in de praktijk
De beweging van zorg naar gewoon leven zit niet in grote plannen, maar in kleine momenten. In iemand die blijft zitten. In contact dat vanzelf ontstaat. “Als je bij je moeder bent en de buurvrouw zit erbij, dan betrek je haar toch ook? Dat is hier niet anders.”
Aukje haalt haar schouders op als je haar vraagt wat ze precies bijdraagt. “Eigenlijk doe ik niets bijzonders. Ik ben er gewoon.” En misschien is dat precies wat het verschil maakt in iemands dag.